10 maatregelen om de economie te versterken
De Belgische economie heeft te lijden onder de effecten van de wereldwijde financiële crisis. België kan zich niet afschermen van de gevolgen van een ernstige economische groeivertraging. Deze zijn voor iedereen in ons land zichtbaar en voelbaar. Toch betekent dit niet dat we zijn veroordeeld tot immobilisme. De Belgische overheden - zowel op federaal als op regionaal vlak - kunnen én moeten maatregelen nemen om de crisis te verzachten en de meest kwetsbare sectoren te ondersteunen.
Als minister voor Ondernemen neem ik de maatregelen die tot mijn federale bevoegdheid behoren en lanceer daarom “Quickonomie.be”, een actieplan om de Belgische economie te versterken. Samen met de acties die de collega’s in de verschillende regeringen nemen en de afspraken die de sociale partners - hopelijk snel - zullen maken in het kader van een nieuw interprofessioneel akkoord moeten deze 10 maatregelen de internationale concurrentiepositie van België verbeteren en versterken.
Maatregel 1. Overheid betaalt stipt haar facturen
Facturen die niet of te laat betaald worden, zijn verantwoordelijk voor 35 % van alle faillissementen in ons land. Ook de overheid betaalt soms te laat. Dat is onaanvaardbaar, de overheid moet het goede voorbeeld geven.
Daarom liet minister Van Quickenborne dit opnemen in het Relanceplan en werd in maart 2009 een omzendbrief verstuurd naar alle overheden. De situatie wordt maandelijks opgevolgd door een factuurcel.
Cijfers van Graydon tonen aan dat het betaalgedrag van de overheid sindsdien inderdaad verbetert. In het tweede trimester van 2009 werd 66% van de facturen tijdig betaald, tegen 60% in het laatste trimester van 2008 en 58% een jaar geleden. Het aantal wanbetalingen door de overheid is volgens de cijfers van Gradyon zelfs teruggevallen van 23% in het laatste trimester van 2008 tot 5% vandaag.
In het derde trimester werd 71% van de facturen tijdig betaalt door de overheid. Het aantal wanbetalingen is teruggevallen tot 8%. De overheid heeft nog nooit zo stipt betaalt en doet het merkelijk beter dan de bedrijven.
Als deze positieve evolutie zich verderzet, zullen er uiteindelijk geen te late betalingen meer zijn door de federale overheid.
Maatregel 2. Onderzoek naar kredietverlening aan bedrijven door banken
Begin 2009 deed Minister Van Quickenborne een oproep aan de banken om correct krediet te blijven verlenen aan onze ondernemingen. Bovendien vroeg hij aan de Nationale Bank om van nabij op te volgen of de interestvoeten voor bedrijfsleningen een correcte weergave zijn van het risico en de kosten.
In februari is de Nationale Bank gelast met de oprichting van een werkgroep die zich moet buigen over de situatie van de kredietverlening aan ondernemingen in België.
Uit de cijfers van de Nationale Bank blijkt dat de kredietverlening aan ondernemingen in 2009 een moeilijk verloop kende. De laatste 6 maanden van 2009 daalde het totaal uitstaand saldo aan ondernemingskredieten continu.
Een onderzoek van VOKA (zie ook HLN) geeft evenwel aan dat die daling niet enkel ligt aan een grotere terughoudendheid bij de kredietverschaffers:Ongeveer twee derde van de bedrijven die de voorbije zes maanden een leningsaanvraag deed, bekwam die lening zonder problemen (zie grafiek 4). In 13,3 procent van de aanvragen werd het leningsbedrag gedeeltelijk toegekend. Slechts 8,3 procent van de kredietaanvragen werden door de banken geweigerd.
In januari 2010 werd opnieuw een lichte stjiging van het uitstaand volume aan kredieten genoteerd, 800 miljoen hoger dan in januari 2009.

Ook blijkt de gewogen gemiddelde rentevoet voor nieuwe kredieten een dalende trend vertoont.

Ondaks de hoopgevende signalen van de Nationale Bank blijft minister Van Quickenborne de problematiek op de voet opvolgen.
Maatregel 3. Snelle actie tegen wanbetalers door invoering van betalingsorder
Ondernemingen die worden geconfronteerd met de niet- of laattijdige betaling van facturen door andere ondernemingen zijn vandaag verplicht een lange (vaak meer dan 18 maanden) en complexe procedure voor de rechtbank te voeren om de betaling van hun factuur te verkrijgen.
Minister Van Quickenborne wil daarom het betalingsorder voor ondernemingen invoeren. Hierdoor zal men snel, eenvoudig en zonder hoge kosten van de andere onderneming kunnen eisen dat deze haar openstaande factuur betaalt.
De vraag tot het bekomen van een betalingsorder wordt ingeleid via een eenzijdig verzoekschrift.
De rechter doet uitspraak binnen de 15 dagen en zendt een afschrift van de beschikking aan de eiser.
Na maximum 3 maanden wordt het betalingsorder uitvoerbaar.
Maatregel 4. Strenger toezicht op reclame voor financiële producten
Minister Van Quickenborne stelde een twaalfpuntenplan op dat paal en perk moet stellen aan misbruiken met betrekking tot consumentenkrediet. Dit plan zal dit najaar in wetteksten worden gegoten.
De voornaamste ingrepen zijn de volgende:
1. Halt aan de overkreditering
Sommige consumenten gaan te snel kredieten aan die ze niet kunnen terugbetalen. Ze sluiten dan maar nieuwe leningen waarmee ze eerdere kredieten terugbetalen. Bepaalde kredietverleners spelen daarop in met formules van kredietgroepering maar vertellen er niet bij dat ze de afbetalingstermijn gewoon verlengen, zodat de consument aan de eindstreep nog meer betaald.
Oplossing: Verbod op elke reclame voor kredietgroepering.
2. Consument mag niet langer verleid worden met cash geld
Bepaalde kredietverleners zwaaien met contant geld om de twijfelaars over de streep te trekken. Dit kan de consument in de verleiding brengen om te snel en voor een te groot bedrag een krediet aan te gaan.
Oplossing: verbod om cash te tonen of te overhandigen. De kredietverstrekker zal gebruik moeten maken van overschrijvingen of bankcheques.
3. Er komt een algemene, langere bedenktermijn voor kredieten
Vandaag heeft de consument een bedenktijd van 7 dagen om van de kredietovereenkomst af te zien. Maar die bedenktijd geldt niet voor verkopen op afbetaling, leningen op afbetaling en leasing, voor zover het bedrag lager is dan 1.250 euro.
Oplossing: Voor alle consumentenkredieten, ongeacht het bedrag, dezelfde bedenktermijn, verlengd tot 14 dagen.
4. Hogere minimumboetes
Controle is één ding, bestraffing een ander. De minimumboete bedraagt nu 26 euro. Dat is een lachertje. Al moet gezegd dat het merendeel van de schikkingen toch rond de 10 à 15.000 euro schommelt. Maar blijkbaar schrikt dat toch nog onvoldoende af.
Oplossing: Bij herhaalde inbreuk zal de minimumboete worden opgetrokken tot 1.000 euro. De maxima bedragen 100.000 euro voor inbreuken tegen de reclamewetgeving tot zelfs 250.000 euro in het kader van overmatige schuldenlast.
5. Duidelijke informatie over product en aanbieder
Wie vandaag een krediet aangaat, krijgt veelal een dikke, onoverzichtelijke prospectus. Die bovendien erg moeilijk te vergelijken vallen.
Oplossing: Een bij wet opgelegde, gestandaardiseerde informatiefiche.
Hier vindt u een overzicht van alle maatregelen.
Maatregel 5. Campagne tegen overmatige schuldenlast
De overheid lanceerde een informatie- en sensibiliseringscampagne tegen de gevaren van overmatige schuldenlast. Hiervoor werd een nieuwe website gelanceerd die u kan bezoeken op www.tezwaar.be.
Hieronder ziet u de affiche die verscheen in tal van kranten en tijdschriften.
Maatregel 6. Beter bekend maken van de faillissementsverzekering
Ondernemers hebben recht op een faillissementsverzekering. Hierdoor kunnen ondernemers die worden getroffen door een faillissement gedurende maximum 12 maanden een maandelijkse uitkering krijgen en behouden zij hun recht op kinderbijslag en geneeskundige verzorging. Deze regeling is echter nog onvoldoende bekend: van de meer dan 7000 failissementen in 2007 waren er slecht 8% van gefailleerden die een aanvraag hebben ingediend. De regering zal de voordelen van het systeem benadrukken en de regeling bij het uitspreken van het faillissement bekend maken. Daarnaast zal het “tweede kans”-ondernemerschap worden aangemoedigd zodat het makkelijker wordt om na een faillissement opnieuw een onderneming te starten.
In het kader van de crisis werd door de regering in een uitbreiding van de faillissementsverzekering voorzien. Er werden 2 maatregelen genomen:
- De eerste maatregel gaat over een verlenging van de aanvraagperiode van de faillissementsverzekering. Concreet heeft de zelfstandige een kwartaal langer de tijd om zijn aanvraag in te dienen.
- Door de andere maatregel kan de zelfstandige die zich in een moeilijke situatie bevindt (risico op faling of kennelijk onvermogen of zelfstandigen die geconfronteerd worden met een aanzienlijke daling van hun omzet of inkomsten), genieten van een uitkering gedurende 6 maanden.
Deze maatregelen zijn reeds in voege getreden.
Maatregel 7. Creatie van startersbvba
Een groot aantal landen hebben de voorbije jaren eenvoudige vennootschapsvormen ingevoerd. Jonge en kleine ondernemers moeten kunnen gebruik maken van de bescherming van de beperkte aansprakelijkheid zonder dat te hoge drempels worden opgelegd. In het Verenigd Koninkrijk is de “Limited” een populaire vennootschapsvorm die, omwille van de Europese rechtspraak, ook meer en meer door Belgische ondernemers wordt gebruikt. In Frankrijk bestaat de “Societe Anonyme Simplifiée” die een lage drempel voorziet voor kleine ondernemers. In Nederland zag de Flexibele BV het daglicht. Ook Belgie heeft maatregelen genomen om zijn concurrentiële positie te vrijwaren. De minister voor Ondernemen heeft, samen met de minister van Justitie en de minister van Zelfstandigen en de KMO, de “StartersBVBA” gelanceerd voor jonge ondernemers die een onderneming willen starten, met verminderde administratieve verplichtingen en een sterk verlaagd minimumkapitaal. Aan de garanties voor Belgische schuldeisers en consumenten wordt met deze vennootschapsvorm niet geraakt.
De oprichting van deze vennootschapsvorm is aan bepaalde voorwaarden onderworpen:
- Minimumkapitaal is 1 €
- Na maximaal 5 jaar moet het kapitaal verhoogd worden
- Er moet een financieel plan opgesteld worden onder toezicht van een expert uit de cijferberoepen om vroegtijdige faillissementen door een gebrek aan ervaring te voorkomen.
Bovendien zal voor alle vennootschappen de kost voor de neerlegging van de jaarrekening – een verplichte publiciteit – worden afgebouwd
De regering heeft de ontwerptekst met betrekking tot de StartersBVBA reeds goedgekeurd.
Op 19 november 2009 werd de StartersBVBA goedgekeurd in de Kamer. De wet zal in werking treden zodra een Koninklijk Besluit genomen wordt dat de datum van de inwerkingstreding en de vereisten van het digitaal plan zal bepalen. Dit KB wordt op dit ogenblik geschreven en zal snel ter ondertekening worden voorgelegd aan het staatshoofd. De regering mikt op 1 maart 2010.
Maatregel 8. Verloning managers: transparante bonussen en beperking “gouden” parachutes
De verloning van de leden van het directiecomité moet worden goedgekeurd door een afzonderlijk remuneratiecomité binnen de Raad van Bestuur. Het management mag niet zetelen in dit comité en de meerderheid van de niet-uitvoerende bestuurders moet onafhankelijk zijn.
De Raad van Bestuur van beursgenoteerde bedrijven wordt verantwoordelijk gesteld voor het verloningsbeleid. Er moet een jaarlijks remuneratieverslag worden opgesteld met een omvattende en gedetailleerde verantwoording van het gevoerde verloningsbeleid. Incentive systemen moeten de rendabiliteit op lange termijn van de vennootschap voor ogen houden en niet enkel de winstgevendheid op korte termijn.
De algemene vergadering van aandeelhouders krijgt een sterk wapen in de handen. Beursgenoteerde bedrijven worden verplicht het remuneratiebeleid en de toegekende lonen en bonussen voor de leden van het directiecomité, expliciet en afzonderlijk ter goedkeuring aan de aandeelhouders voor te leggen. Zij hebben de garantie dat de stemming zal worden gevraagd over dit punt in het bijzonder.
Opzeggingsvergoedingen voor management moeten beperkt worden.
Het wetsontwerp om deze maatregel te realiseren, werd in september afgewerkt.
Maatregel 9. Prijzenobservatorium voor meer transparantie en concurrentie
Het prijzenobservatorium werd opgericht binnen het Instituut voor de Nationale Rekeningen. De opvolging en analyse van de prijsvorming door het prijzenobservatorium moet de transparantie en de concurrentie op de goederen- en dienstenmarkt garanderen. De minister voor Ondernemen zal maatregelen kunnen nemen (bv. door een onderzoek te gelasten naar mogelijke inbreuken op de regels van de vrije mededinging) indien opvallende prijsevoluties zouden worden vastgesteld. Het prijzenobservatorium heeft ondertussen punctuele studies uitgevoerd over de evolutie van de melkprijzen en de prijzen van het rund-en varkensvlees. Daarnaast werden twee kwartaalrapporten gemaakt (eerste en tweede kwartaal 2009) over het algemeen verloop van de consumptieprijzen en de inflatie in ons land. De objectiviteit van de analyse wordt door alle betrokken partijen erkend.
Maatregel 10. Modernisering handelsapparaat
Minister Van Quickenborne diende een aantal voorstellen in om de Wet op de Handelspraktijken en Consumentenbescherming (WHPC) ingrijpend te moderniseren. Zo wil hij België een moderne handelswetgeving geven die handelaars én consumenten alle kansen geeft.
De nieuwe Wet betreffende Marktpraktijken en Consumentenbescherming (WMC) biedt consumenten meer keuzemogelijkheden en betere bescherming. Handelaars krijgen nieuwe mogelijkheden om nog beter in te spelen op de wensen van de consument.
In de nieuwe WMC wordt koppelverkoop toegelaten. Consumenten zullen kunnen genieten van de voordelen van interessante promotionele aanbiedingen van meerdere producten. Zij hebben uiteraard steeds recht op juiste en correcte informatie over het gezamenlijke aanbod. Voor financiële diensten blijft het principieel verbod op koppelverkoop bestaan.
De sperperiode wordt afgeschaft behalve voor 3 producten (kleding, schoen, lederwaren; 18% van de omzet kleinhandel (zonder voeding)). Nu mogen winkels vanaf 15 november en 15 mei vóór de winter- respectievelijk zomersolden wel prijsverminderingen geven maar ze mogen deze niet aankondigen. Voortaan start de sperperiode op 6 december en 6 juni voor de winter- respectievelijk zomersolden. Voor alle andere producten (tv’s, Pc’s, elektrotoestellen, meubelen, salons, horloges, brillen, juwelen, cosmetica, brillen, huishoudtoestellen; 82% van de omzet kleinhandel (zonder voeding)) mogen prijsverminderingen worden gegeven en aangekondigd.
Voortaan zijn solden op alle producten toegelaten. In de bestaande wet worden solden nog beperkt tot seizoensgebonden producten. Deze omschrijving heeft aanleiding gegeven tot grote verwarring bij handelaars en consumenten. De nieuwe soldenregeling wordt dus eenvoudig en soepel.
Internetwinkelen en winkelen op afstand wordt makkelijker en veiliger. Een internetwinkel in België mag nu geen betaling vragen voor een aankoop vóór de bedenktijd van 7 werkdagen is verstreken. In alle andere Europese landen mag een internetwinkel dit wel. Hierdoor wordt de groei van internethandel in België afgeremd. In de nieuwe wet mag een internetwinkel aan zijn klanten vragen om onmiddellijk te betalen. Consumenten worden - in lijn met wat Europa vraagt - beter beschermd omdat zij voortaan 14 kalenderdagen in plaats van 7 werkdagen bedenktijd krijgen. De handelaar is verplicht om de consument binnen de 30 dagen terug te betalen wanneer die zich bedenkt.
Op 20 november 2009 werd het wetsontwerp definitief goedgekeurd door de Ministerraad.

1. De overheid betaalt stipt haar facturen