De Belg betaalt nog altijd te veel voor zijn internetverbinding. Minister van Telecom Vincent Van Quickenborne wil daar iets aan doen.

Terwijl België enkele jaren geleden nog een voorloper was op het vlak van de penetratie van breedbandinternet, is ons land nu nog maar een middenmoter in Europa. Die vaststelling werd gisteren nog eens bevestigd door een studie die het Franse bureau Analysys Mason uitvoerde in opdracht van het Belgische Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT).

In de tweede helft van vorig jaar waren er in ons land zo'n 2,8 miljoen snelle internetverbindingen, tegenover 1,8 miljoen drie jaar eerder. 26 procent van de bevolking surft dus via breedband. Maar de groei vertraagt, een aantal landen is België voorbijgestoken.

Bovendien, zo blijkt uit de studie, is breedbandinternet in België relatief duur gebleven. Sinds eind 2007 hebben de operatoren de snelheid en de downloadcapaciteit van de internetverbindingen gevoelig opgetrokken, maar de prijzen zijn stabiel gebleven. Met andere woorden: de surfer krijgt meer waar voor hetzelfde geld. En in vergelijking met andere Europese landen zoals Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, betaalt de Belg relatief veel voor zijn internetverbinding.

Het probleem ligt voor een stuk bij de concurrentieverhoudingen op de Belgische markt. Die wordt overheerst door twee grote spelers, Belgacom en (in Vlaanderen) Telenet, die samen meer dan 80 procent van de Belgische breedbandmarkt controleren. Belgacom en de kabelmaatschappijen - die in Wallonië nog verdeeld zijn, maar zich nu gegroepeerd hebben in Voo - zijn bovendien de enige spelers die internet, televisie en eventueel telefoon via dezelfde lijn kunnen aanbieden. Maar ook dergelijke pakketten zijn in ons land duurder dan in onze buurlanden, zegt Analysys Mason. Alternatieve aanbieders kunnen in de praktijk geen televisiediensten aanbieden. En kleine spelers die met aantrekkelijke internettarieven uitpakken, zoals Numéricable in Brussel, wegen te weinig op de markt om de prijsdruk op de groten op te drijven.

Maar daarnaast heeft de strategie van Belgacom en Telenet om het aanbod te verbeteren tegen gelijkblijvende prijzen er ook toe geleid dat uitzonderlijk veel Belgen een (te) snelle internetverbinding hebben. In januari van dit jaar had slechts 8 procent van de Belgische surfers een standaardverbinding met een snelheid van minder dan 2 megabits per seconde. 'Dat betekent dat de meeste Belgen eigenlijk surfen met een Rolls Royce, terwijl ze voldoende zouden hebben aan een Ford of een Volvo', zei minister van Telecom Vincent Van Quickenborne daarover. Daarom wil hij de aanbieders gaan verplichten om één keer per jaar op de factuur te vermelden hoe groot het verbruik van de klant juist is en welke abonnementsformule het best bij dat profiel past. Bovendien moet de klant dan de kans krijgen kosteloos over te stappen naar die betere formule. 'Met respect voor de bestaande contracten, natuurlijk', preciseerde hij desgevraagd.

bron: Het Nieuwsblad, 15 april 2009, p.68

  • print page