Auditoraat stelt prijsafspraken vast in sector van chocoladeproducten
Brussel, 12 januari 2010 – Na een uitgebreid onderzoek, heeft het Auditoraat gisteren een verslag neergelegd waarin wordt vastgesteld dat er prijsafspraken bestaan in de sector van de voedingswaren (meer bepaald zoetwaren op basis van chocolade, de markt van de boterhampasta’s op basis van chocolade en de markt van de suikerconfiserie). Sinds 2002 zouden er door tussenkomst van de fabrikant op een gecoördineerde manier prijsverhogingen zijn doorgevoerd. Ook zou gevoelige commerciële informatie zijn uitgewisseld tussen de fabrikant en bepaalde supermarkten. Het dossier zal nu behandeld worden door de Raad voor de Mededinging.
Het Auditoraat van de Raad voor de Mededinging heeft op maandag 11 januari 2010 een verslag neergelegd waarin het bestaan van onderling afgestemde gedragingen in de sector van de verkoop van voedingswaren via de grootdistributie worden vastgesteld.
In zijn verslag stelt het Auditoraat vast dat sinds 2002 de belangrijkste ondernemingen in de grootdistributie en een fabrikant van voedingswaren een zware inbreuk hebben gepleegd op het artikel 2 van de Wet tot bescherming van de economische mededinging (gecoördineerd op 15 september 2006) en het artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (ex-art. 81 van het EG-verdrag). De inbreuk bestaat erin dat door tussenkomst van deze fabrikant gecoördineerde prijsverhogingen werden doorgevoerd en dat commercieel gevoelige informatie werd uitgewisseld en dit in de markt van de zoetwaren op basis van chocolade, de markt van de boterhampasta’s op basis van chocolade en de markt van de suikerconfiserie (pocket confiserie). Deze markt belangt direct de consumenten aan en heeft een niet te onderschatten impact op de gezinsbestedingen.
Naast dit dossier is er met betrekking tot de grootdistributie nog een ander onderzoeksdossier lopende, met name in cosmeticaproducten.
Het onderzoek werd gevoerd door het Auditoraat met de medewerking van de Algemene Directie Mededinging van de FOD Economie. In het kader van dit onderzoek werden er in mei 2008 grootscheepse huiszoekingen verricht waarbij er ongeveer 50 speurders werden ingezet.
Deze zaak zal nu door een kamer van de Raad voor de Mededinging worden behandeld, waar de ondernemingen de mogelijkheid krijgen zich tegen deze grieven te verdedigen. Zij kunnen schriftelijke opmerkingen indienen bij de kamer van de Raad, en zullen mondeling worden gehoord op een zitting van die kamer. De mogelijkheid om verweer te voeren voor de kamer van de Raad omvat de mogelijkheid om alle feiten aan te voeren, en slaat zowel op de betwisting van de feiten waarop het verslag gegrond is, als op de toepassing van de rechtsregel. De kamer van de Raad zal beslissen of al dan niet een inbreuk op het mededingingsrecht is begaan. Het verslag loopt niet vooruit op die beslissing.
Minister Van Quickenborne: “Ik heb van de versterking van de slagkracht van de mededingingsautoriteiten één van de prioriteiten van mijn beleid gemaakt. Meer dan 10 bijkomende ambtenaren werden toegevoegd aan deze diensten (en dit binnen de algemene daling van het personeelsbestand van de FOD Economie) met het oog op het verzekeren van een correcte mededinging in België. Ik ben dus tevreden dat dit onderzoek in de sector van de voedingswaren tastbare resultaten heeft opgeleverd. Ik wil echter niet vooruitlopen op de beslissing van de Raad voor de Mededinging.”
