Mei 2009: voor het eerst in bijna 50 jaar een negatieve inflatie. Inflatie daalt tot -0,37% door daling energieprijzen
Brussel, 28 mei 2009 - De consumptieprijsindex van de maand mei 2009 werd vandaag goedgekeurd door de Indexcommissie. De index daalt deze maand met 0,08 punt. De inflatie daalt de achtste opeenvolgende maand en bedraagt -0,37% in mei 2009. Het was van december 1960 geleden dat een negatief inflatiecijfer gemeten werd. Het huidige zeer lage inflatiepeil wordt veroorzaakt door de scherpe daling van de energieprijzen sinds hun piek in juli 2008. De kerninflatie zonder energie toont aan dat er echter geen sprake is van deflatie.
De consumptieprijsindex is in mei 2009 gedaald met 0,08 punt en bedraagt nu 111,25 punten (2004 = 100) tegenover 111,33 punten in april. De gezondheidsindex daalt deze maand met 0,21 punt tot 110,96 punten. Het rekenkundige gemiddelde van de laatste vier maanden bedraagt in mei 111,24 punten, tegenover 111,36 punten in april. De spilindex voor het openbaar ambt en de sociale uitkeringen, die vastgelegd is op 112,72 punten, is niet overschreden.
De consumptieprijsindex lag in mei 2009 0,37% lager dan in mei 2008. Het is geleden van december 1960 dat de inflatie negatief was; ze bedroeg toen -0,17%. De inflatie bereikte in juli 2008 met 5,91% een piek, wat het hoogste niveau in 24 jaar was. Vervolgens nam ze stelselmatig af tot -0,37% in mei 2009.
Het Federaal Planbureau verwacht dat de inflatie tot oktober negatief zal blijven. Voor het ganse jaar 2009 wordt een jaargemiddelde inflatie verwacht van 0,3%.
De sterke terugval van de inflatie sinds juli 2008 kan grotendeels verklaard worden door de prijsdalingen van de energiedragers sindsdien. In eerste instantie daalden de prijzen voor huisbrandolie, benzine en diesel. Sinds februari 2009 vertonen elektriciteit en gas prijsdalingen.
Gemiddeld lagen de prijzen voor elektriciteit, aardgas, stookolie, benzine en diesel (goed voor bijna 10% van de indexkorf) in mei 2009 17,7 % lager dan in mei 2008.
Als de prijzen van de energieproducten gewoon op hun huidige peil blijven, zal die daling in de komende maanden nog oplopen omdat de energieprijzen in dezelfde periode van 2008 nog scherp aan het stijgen waren (de zogenaamde “basiseffecten”). En wellicht zal de daling nog omvangrijker zijn omdat de gasprijzen, door de vertraagde koppeling van de aardgasprijs aan het zesmaandelijks gemiddelde van de olieprijzen, in de komende maanden nog verder zullen dalen.
Louter als gevolg van deze basiseffecten met betrekking tot de energieprijzen zal de inflatie in de komende maanden dus waarschijnlijk negatief blijven, zoals ook het Federaal Planbureau voorspelt.
Deze negatieve inflatie kan echter allesbehalve worden gelijkgesteld met deflatie. Het gaat immers om een scherpe daling van de prijzen van een bepaalde productgroep waar uitstel van consumptie in anticipatie op verdere prijsdalingen, niet of nauwelijks optreedt. Als de tank leeg is, moet hij worden volgetankt om te kunnen blijven rijden. Wie wil koken, moet gas of elektriciteit gebruiken.
Om te beoordelen of een economie evolueert in de richting van deflatie, kan men dan ook beter kijken naar de prijsontwikkeling van de andere goederen en diensten in de indexkorf. Hieruit blijkt dat die onderliggende inflatie (d.i. inflatie exclusief energie) sinds oktober 2008 licht aan het vertragen is, maar dat ze zich in mei 2009 toch nog altijd op 2,2% bevindt. Dit is in historisch perspectief zeker niet abnormaal laag. In 2007 bedroeg de onderliggende inflatie gemiddeld bijvoorbeeld slechts 2%.
Gemiddeld kennen de goederen en diensten in ons land dus nog altijd een normaal, licht stijgend prijsverloop. Hoewel er dus zeer duidelijk een periode van negatieve “headline”-inflatie in het verschiet ligt, zijn er nog geen tekenen dat er een deflatoire spiraal op gang aan het komen is.
Intussen betekenen de dalende energieprijzen natuurlijk een welgekomen bonus voor de koopkracht van de Belgische gezinnen.
