Ook subsidiesysteem offshore windenergie moet worden hervormd

 

Naar aanleiding van de waarschuwing van Eandis dat de elektriciteitsprijzen met 20% zullen stijgen omwille van het succes van groenestroomcertificaten voor zonnepanelen, wijst minister van Economie Vincent Van Quickenborne erop dat ook het subsidiesysteem voor windmolenparken in de Noordzee (offshore windenergie) de elektriciteitsfactuur van gezinnen en vooral bedrijven de komende jaren fors zal doen toenemen. Dit houdt een kost in voor onze burgers en bedreigt de competitiviteit van onze bedrijven. De minister pleit voor een hervorming van het subsidiesysteem voor offshore windenergie. Hij baseert zijn vraag op een recente studie van essenscia, de federatie van chemie en life sciences, en het Energie-Instituut van de KULeuven, die de kosten van offshore windenergie in België vergeleken hebben met het beleid in onze buurlanden Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. 

“Uit de studie van essenscia en de KULeuven blijkt dat de subsidies voor offshore windenergie toenemen tot meer dan 1,1 miljard euro in 2030. De doorrekening van deze subsidiëringskost  loopt voor een gezin op tot 42 euro per jaar, voor een behoorlijke KMO (jaarverbruik 30.000 MWh) tot 315.000 euro per jaar en voor de grootste energie-intensieve bedrijven (bv. in de chemie) tot 20 miljoen euro per jaar. Deze enorme meerkost vormt een bedreiging voor de competitiviteit van de energie-intensieve industrie in ons land”, aldus Vincent Van Quickenborne.

Uit een internationale vergelijking blijkt dat het Belgisch subsidiebeleid voor de financiering van offshore windenergie niet competitief is met het beleid in onze buurlanden:

  • In de buurlanden dalen de subsidies als de elektriciteitsprijs stijgt. In België is dit niet het geval: de subsidie blijft gelijk ongeacht de evolutie van de elektriciteitsprijs
  • De subsidiëring voor nieuwe installaties wordt in België niet aangepast aan de verwachte daling in de investeringskost ten gevolge van innovatie en technologische ontwikkelingen.  

Bij ongewijzigd beleid loopt het jaarlijks subsidiebudget op tot 750 miljoen euro tegen 2020 en meer dan 1,1 miljard euro tegen 2030. De elektriciteit van offshore windmolenparken is in België op termijn 10 keer duurder dan in Duitsland.

Minister Van Quickenborne: "De ambities van België om tegen 2020 13% van de elektriciteit in ons land met hernieuwbare energiebronnen op te wekken, is absoluut noodzakelijk. Maar dit moet wel op een competitieve manier gebeuren. Het subsidiesysteem van offshore windenergie moet worden hervormd."

  • print page