Wat zijn de verschillen?
Wat zijn de verschillen tussen de oude “Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument” en het nieuwe “Wetsontwerp betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming”?
1.Koppelverkoop
Op dit ogenblik is er een principieel verbod op het gezamenlijk aanbieden van producten en diensten met volgende uitzonderingen
-Producten of diensten die samen één geheel vormen
- Gelijke producten of diensten die
° afzonderlijk tegen de gewone prijs in dezelfde inrichting verkocht worden
° waarbij de koper ingelicht wordt over mogelijkheid om apart te kopen en over de aparte prijs
° waarbij de prijsvermindering voor het geheel van producten of diensten, niet meer bedraagt dan 1/3 van de samengetelde prijs
- Gratis aanbieden van:
° toebehoren van een hoofdproduct
° verpakking
° “kleine door de handelsgebruiken aanvaarde producten of diensten”
° monsters
° “chromos’s, vignetten en andere beelden met geringe handelswaarde”
° titels tot deelneming aan wettig toegestane loterij
° voorwerpen met reclameopschriften (die niet als dusdanig in de handel voorkomen) op voorwaarde dat de prijs waartegen de aanbieder ze heeft gekocht, niet meer bedraagt dan 5% van de verkoopprijs van het hoofdproduct-of dienst.
° titels waarmee je prijsvermindering of voordeel krijgt
Deze regels gelden ook voor financiële diensten.
Maar op 23 april 2009 werd België door het Europees Hof van Justitie veroordeeld. Het verbod op koppelverkoop is strijdig met de Europese Richtlijn 2005/29/EG inzake oneerlijke handelspraktijken.Volgens het Hof mag er geen enkele voorwaarde meer gekoppeld worden aan het toelaten van koppelverkoop. Wel kan koppelverkoop blijvend getoetst worden aan de algemene verboden op oneerlijke handelspraktijken.
De Europese Commissie heeft België in gebreke gesteldwegens strijdigheid met de Richtlijn. België liep het risico door de Europese Commissie voor het Europees Hof van Justitie gedaagd te worden.
Onze wetgeving bevatten een aantal problemen die veroorzaakt werden door ons verbod op koppelverkoop.
Onze regels zijn te streng
° Zo moest men zelfs uitdrukkelijk voorzien dat het toegelaten is om een product in een verpakking aan te bieden.
° Ook voor de levering van een product heeft men een uitzondering moeten voorzien.
° Het samen aanbieden van verschillende identieke producten (bijvoorbeeld, zes flessen water in een plastiek verpakking) werd ook als koppelverkoop aanzien. Ook dit heeft men uitdrukkelijk moeten vrijstellen.
° Promotieactiviteitenzoals het aanbod om deel te nemen aan een wedstrijd bij de aankoop van een product, vallen ook onder het verbod van koppelverkoop.
Onze regels zijn tegenstrijdig
Een aanbod als "3 voor de prijs van 2" mag, terwijl het aanbod "2 + 1 gratis" niet mag. In beide gevallen gaat het nochtans om precies dezelfde producten en dezelfde te betalen prijs.
De rechtspraak is versnipperd en onduidelijk
De ene rechtbank verbiedt het aanbieden van gratis vervoer naar de luchthaven bij het boeken van een vliegtuigreis. Een andere rechtbank liet het toe.
Verboden zaken:
° het gratis aanbod van een pak frieten bij de aankoop van 1 kg biefstuk
° het aanbod van een gratis reservebril bril bij aankoop van een bril
° een tennisracket met een doos tennisballen
° het aanbod van gratis olie bij een onderhoudsbeurt van een wagen
De nieuwe wet
De nieuwe wet laat koppelverkoop toe zolang het geen oneerlijke handelspraktijk is. Deze controle mag enkel door de rechter gebeuren, de wet mag geen voorwaarden stellen. De rechter houdt rekening met een aantal omstandigheden. Een aantal van deze omstandigheden zijn:
° kan het product of de dienst afzonderlijk aangekocht worden?
° wordt de consument duidelijk geïnformeerd over de prijs van het afzonderlijk product of de dienst en over het prijsvoordeel?
° is de duur van het contract niet onredelijk lang?
Voor de financiële diensten verandert er niets want de Richtlijn laat toe om toch strenger te zijn voor financiële diensten. Zij zijn immers complex en er zijn mogelijke risico’s aan verbonden voor de consument.
2. Sperperiode
Volgens de oude wet loopt de sperperiode van 15 november tot en met 2 januari en van 15 mei tot en met 30 juni. Als 3 januari of 1 juli op een zondag valt, eindigt de sperperiode een dag eerder (op 1 januari of op 29 juni). Tijdens de sperperiode is het verboden om prijsverminderingen aan te kondigen. Dit betekent meer dan drie maanden per jaar geen aankondigingen van prijsvermindering.
De sperperiode geldt voor quasi alle producten (TV-toestellen, horloges en juwelen, cosmetica, brillen, meubelen, stofzuigers,… enkel niet voor voedingsmiddelen).
Tijdens de sperperiode mag er geen reclame gemaakt worden voor prijsverminderingen die tijdens de solden van kracht zullen zijn.
Dit leidde tot een aantal problemen.
° Geen transparantie voor de consument: handelaar mag zijn prijs verlagen, maar mag dat niet zeggen, en dit gedurende drie maanden per jaar.
° Concurrentievervalsing: door de overheid geïnstalleerd kartel want afspraak om geen prijspromoties te doen gedurende drie maanden.
De OESO zei deze week nog in haar jaarrapport: “The sector is also much more regulated than in other OECD countries, not only by regulations that exist in other countries (such as rules for large outlets, shop opening hours and prohibition of sales below costs) but also by Belgian specific regulation.The latter includes a ban on tied sales and announcements of price reductions within six weeks before the sales period (the so-called “black-out period”). Such regulation was intended to protect consumers, but the main effect has been to protect existing shops against entry by competitors with innovative business models and to reduce consumer welfare.Many of these regulations are currently being reviewed, particularly in the context of the EU Services Directive. Competition inhibiting regulation should be scrapped and zoning laws for large outlets should be restricted to evaluating spatial effects.”
De nieuwe wet
De nieuwe wet voorziet enkel nog een sperperiode voor lederwaren, kleding en schoenen (18% van de omzet kleinhandel (zonder voeding)). Voor alle andere producten is de sperperiode afgeschaft (82% van de omzet kleinhandel (zonder voeding)).
Voortaan start de sperperiode op 6 december en 6 juni voor de winter- respectievelijk zomersolden. De handelaar heeft een veel grotere periode om kortingen te geven. Daardoor kan hij ook sneller ingrijpen bij een slecht seizoen. Er kan met prijsverminderingen snel cash gegenereerd worden (om te herinvesteren).
Het verbod om tijdens de sperperiode reclame te maken voor de komende soldenperiode wordt geschrapt.
3. Soldenverkoop
Volgens de oude wet mochten enkel seizoensgebonden productenals solden worden verkocht. Soldenverkoop is was ook enkel toegelaten voor handelaars die een fysisch verkooppunt hadden. Dus was soldenverkoop verboden voor internethandel en postorderverkoop.
Enkel de producten die de handelaar bij het begin van de solden in zijn bezit had en vóór de solden “op gewone wijze te koop heeft aangeboden”, mochten als solden worden verkocht. De oude voorraad van 1 jaar terug die niet meer in de winkel lag, mocht in principe niet als solden verkocht worden.
Dit leidde tot een aantal problemen.
-Het was bijvoorbeeld zeer onduidelijk wat “seizoensgebonden” nu juist wou zeggen.
- Internethandel en postorderverkoop mochten in principe de term solden niet gebruiken.
- Oude onverkochte voorraden mochten ze niet aangeboden worden tijdens de solden
(zeker binnen de crisis een probleem en de consument werd producten ontzegd).
De nieuwe wet
De nieuwe wet verandert een aantal zaken:
- Alle producten mogen als solden verkocht worden.
- Internethandel en postorderverkoop mogen ook de term solden gebruiken.
- De producten die als solden verkocht worden moeten door de onderneming enkel voorheen gedurende 30 dagen aangeboden zijn (kan ook een jaar terug geweest zijn).
4.Internethandel en andere verkopen op afstand
In de oude wet was het verboden om bij verkoop op afstandand (vooral internethandel en postorder) een voorschot of betaling te vragen vóór de afloop van de bedenktermijn van tenminste 7 werkdagen.
Deze regel bestaat niet in de buurlanden en is daarom een grote belemmering voor de concurrentie van de Belgische internethandel. Waarschijnlijk is dit één van de redenen waarom België achterstand heeft op vlak van e-commerce in vergelijking met landen zoals Nederland.Bij verkoop van producten van geringe waarde (bv. boeken of CD’s) kost het bij niet-betaling van de klant meer aan juridische kosten voor de e-commercant om deze te vorderen, dan dat het kan opbrengen. Dit leidde tot grote verliezen.
Ook is de bedenktermijn van 7 werkdagen voor de consument vaak veel te kort.
De nieuwe wet
Onder de nieuwe wetgeving mag de handelaar een voorschot of zelfs volledige betaling vragen vóór de afloop van de bedenktermijn. De bedenktermijn voor de consument wordt uitgebreid tot 14 kalenderdagen.
5. Verbod van verkoop met een uiterst beperkt winstmarge
Onder de oude wet was het de handelaar verboden een product met verlies te verkopen. Een verkoop met een uiterst beperkte winstmarge wordt daarmee gelijkgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de prijs waartegen het product bij bevoorrading werd gefactureerd of bij herbevoorrading zou gefactureerd worden, en de algemene kosten.
Dit gaf in de praktijk veel problemen. Wie bepaalt bijvoorbeeld welke winstmarge “uiterst beperkt” is? Dit hangt af van product tot product en van onderneming tot onderneming (rotatiesnelheid van de voorraden, totaal aantal verkochte producten, kostenstructuur van de onderneming,…).Het antwoord op de vraag vergt een grondig onderzoek van de boekhouding van een onderneming, waartoe de rechters nooit overgaan vermits dit te tijdrovend is (de procedure wordt gevoerd zoals in kort geding).
Het gevolg was zeer onvoorspelbare rechtspraak en grote onzekerheid voor de handelaars.Dit verbod op uiterst beperkte winstmarges verhindert ook scherpe prijsconcurrentie en was in het nadeel van de consument.Als de regel consequent wordt toegepast, kan er in België nauwelijks nog een nieuw bedrijf worden opgericht, want de meeste nieuwe bedrijven maken het eerste jaar of zelfs de eerste jaren geen winst (en hebben dus per definitie verkocht met een onvoldoende winstmarge, want de totale winst was onvoldoende om de algemene kosten te dekken).
Voorbeelden van problemen:
De verkoop van champagne met een bruto winstmarge van 2,47% werd door de ene rechter als voldoende beschouwd, terwijl de verkoop van bier met een bruto winstmarge van 7,6% door een andere rechter als onvoldoende werd beschouwd (merk op dat in het algemeen de winstmarges voor drank gewoonlijk zeer laag zijn).
De nieuwe wet
Onder de nieuwe wet wordt verkoop met uiterst beperkte winstmarge niet meer gelijkgesteld met verkoop met verlies
6. Aankondiging van prijsvermindering
Onder de huidige wet zijn er slechts 4 manieren toe om prijsverminderingen aan te kondigen:
° de vermelding van de nieuwe prijs naast de oude doorgehaalde prijs;
° de vermeldingen "nieuwe prijs" en "oude prijs", naast de overeenstemmende bedragen;
° de vermelding van een kortingspercentage en de nieuwe prijs naast de oude doorgehaalde prijs;
° de vermelding van eenvormig kortingspercentage dat is verleend voor de produkten en diensten of voor de categorieën van produkten en diensten waarop deze vermelding slaat. In beide gevallen moet de aankondiging vermelden of de prijsvermindering al dan niet werd toegepast.
Onze huidige regels zijn te streng en onnodig formalistisch. Bovendien zijn ze strijdig met de Europese richtlijn. De enige regel die Europa toelaat is verbod van misleiding van de consument. Daarom heeft deEuropese Commissie België formeel in gebreke gesteld om de regel te schrappen, anders wordt België voor het Europees Hof van Justitie gedagvaard.
Voorbeelden van problemen:
° Aankondigingen van prijsvermindering via radio waren in principe niet toegelaten
° Men mag enkel overgaan tot de aankondiging van een prijsvermindering wanneer men gedurende de ganse maand tevoren een hogere prijs heeft toegepast die bovendien steeds dezelfde prijs is geweest. Men mag dus niet overgaan tot aankondiging van een prijsvermindering wanneer men in de voorbije maand weliswaar steeds een hogere prijs heeft toegepast, maar niet steeds dezelfde.
De nieuwe wet
Onder de nieuwe wet worden deze problemen verholpen. De prijs moet lager zijn dan de laagste prijs die de handelaar heeft toegepast in de maand voorafgaand aan de eerste dag waarvoor de nieuwe prijs wordt aangekondigd. De handelaar moet het product dus een maand aanbieden, maar hij kan in die maand reeds prijzen verlagen.
De bescherming van de consument is gegarandeerd want de referentieprijs is de laagste prijs die in de laatste maand werd toegepast.
Bij vermelding van de nieuwe prijs moet de aankondiging ook de prijs ten opzichte waarvan de vermindering wordt toegepast, vermelden, of moet informatie worden gegeven die de gemiddelde consument toelaat die prijs onmiddellijk en gemakkelijk te berekenen.
